BLOG Een goede reis door Roos van de Rijdt

Een goede reis

 

Tijdens mijn loopbaan heb ik al heel wat met ernstige ziektes en overlijden te maken gehad. Waar de zorg in het ziekenhuis in de meeste gevallen gericht is op overleven, is de palliatieve thuiszorg gericht op comfort bieden in de laatste levensfase en heb je juist veel te maken met overlijden. Dat was best wel even omschakelen, toen ik na jaren op een intensive care en spoedeisende hulp te hebben gewerkt, aan de slag ging in de thuiszorg bij het team gespecialiseerde verpleging (TGV). Wanneer iemand weet dat hij zo ziek is dat hij niet meer zal genezen en binnen afzienbare tijd zal komen te overlijden, dan bestaat de mogelijkheid om voor euthanasie te kiezen. Er moet sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden en de cliënt moet zelf de keus maken voor euthanasie. Het team gespecialiseerde verpleging kan hierover informatie geven en  werkt hierbij nauw samen met de palliatief verpleegkundigen binnen STMR. Zij zijn gespecialiseerd in zorgvragen rondom de laatste levensfase. Euthanasie wordt uitgevoerd door een arts en als verpleegkundigen zijn wij hierbij niet actief betrokken of aanwezig. Wel kunnen wij door een huisarts gevraagd worden om een infuus in te brengen bij een cliënt die euthanasie gaat krijgen.

De eerste keer dat ik er voor kwam te staan heeft veel indruk gemaakt. De vrouw die de deur voor me opende, zou die middag sterven. Je kunt je hier niet op voorbereiden, want in de meeste gevallen ken je de cliënt en de situatie niet. Het is dus erg belangrijk om goed af te tasten waar de cliënt behoefte aan heeft. Soms is er ruimte voor een gesprek, maar ik heb ook meegemaakt dat het akelig stil was en dat ik duidelijk voor één ding kwam: infuus prikken en zo gauw mogelijk weer wegwezen.

Bij mijn eerste ‘euthanasie-naald’ was er een prettige, open sfeer en er ontstond een gesprek over onder andere het leven en de naderende dood. De hartsvriendin van de cliënt was aanwezig en met z’n drieën zaten we met een kopje thee aan de keukentafel. Het liefst had ik daar de rest van de dag zo met hen gezeten; het was ergens wel gezellig maar daar kwam ik niet voor. Met enigszins klamme handen maakte ik mijn spullen gereed om het infuus te prikken. Die handeling heb ik in mijn carrière ontelbare keren en in de meest moeilijke situaties succesvol uitgevoerd. Maar deze situatie was nieuw. Ik stond op het punt om bij iemand een infuus te prikken waardoor die middag medicatie zou worden toegediend om het leven te beëindigen. Ik voelde een klik met deze vrouw en ik gunde het haar zo om nog verder te kunnen leven. En ik stond er alleen voor, geen collega’s achter de hand die het van me zouden kunnen overnemen. Wat als het mij zou lukken?

Ik voelde me wat klungelig en het lukte me niet om het infuus in een keer goed in te brengen. De spanning steeg. Een tweede poging was gelukkig raak, dus mijn taak was volbracht. Ik ruimde mijn spullen op en maakte me klaar om te vertrekken. Maar wat zeg je tegen iemand waarvan je weet dat zij gaat sterven? Weer zoiets waar ik op deze manier geen ervaring mee heb. Tijdens ons ‘theekransje’ hadden we het er nog over gehad. Uiteindelijk gaf ik mw een hand en sloot af met hoe zij het zelf zo mooi had verwoord: “een goede reis”! Voordat de deur achter me sloot bedankte deze vrouw me nogmaals en gaf ze aan dat ze het fijn vond dat ik de tijd had genomen en dat ik zoveel rust uitstraalde. Dat deed me goed en gaf me het gevoel dat ik verschil heb kunnen maken. Met een brok in mijn keel ging ik over tot de orde van de dag, op weg naar de volgende cliënt.